Nederlandse Hangoor Dwerg

c 09-17

 

Rasinformatie

Oorsprong: Nederland, ontstaan uit Franse Hangoren en Kleurdwergen, later werden ook Engelse Hangoren ingekruist, omdat de oren van de Nederlandse Hangoordwerg vaak niet wilden hangen.
Gewicht: Het gewicht mag tussen de 1250 en 1700 gram liggen. Als het gewicht boven de 1700 gram zit, dan wordt het een non-dwerg genoemd. Die kunnen wel tot 2200 gram wegen. Deze konijntjes missen vaak de dwergfactor.
Kleuren: Veel verschillende kleuren, zowel bont als effen. Erkende kleuren zijn: konijngrijs, blauwgrijs, ijzergrauw, blauw, isabella, madagascar, wit-rood oog, wit- blauw oog, midden geel marter, midden donker sepia marter, sallander, rus, chincilla en de bonte varianten van deze kleuren met uit zondering van sallander en rus. De NHD komt ook in een aantal niet erkende kleurslagen voor, namelijk: feh, bruin, oranje, otter, fawn, hollander en drie kleur bont.
Karakter: Vriendelijk en goedaardig met een gemiddeld levendig temperament.
Bijzonderheden: De oren van een Nederlandse Hangoordwerg hangen niet direct, dit kan wel 4 tot 12 weken duren. Het komt nog regelmatig voor, dat een oor niet wil hangen en dat er een konijntje met een of twee staande oren tussen zit.
Een Nederlandse hangoor dwerg als huisdier: Nederlandse hangoor dwergen zijn zeer gewild als huisdier, dit omdat ze een zeer vriendelijk karakter hebben, niet al te druk zijn en omdat ze licht zijn van gewicht, daardoor nemen ze niet veel ruimte in en zijn ze makkelijker op te tillen. Voor groenvoer zijn NHD’s vaak wat gevoelig, bouw dit dus rustig op.  Nederlandse hangoordwergjes kunnen net als de meeste andere konijnen het best samen met een soortgenootje gehouden worden. De combinatie van een gecastreerd mannetje met één of meerdere vrouwtjes is het best.

 

speciaalclub

Overzicht konijnenrassen

projectCH2018

       

 

 

47. NEDERLANDSE HANGOORDWERG

 

Puntenschaal groep 6 Hangoren

Pos.

Onderdeel

Punten

1

Gewicht

10

2

Type, bouw en stelling

20

3

Pels en pelsconditie

20

4

Kopvorm

15

5

Oren: structuur, dracht en lengte

15

6

Kleur, (manteltekening)

15

7

Lichaamsconditie en verzorging

5

 

Totaal

100

 

Land van oorsprong: Nederland. Erkend: 1964

 

1 Gewicht : Het gewicht is 1250 tot 1700 gram

De puntenschaal voor het gewicht:

Gew. (kg)

1250 - 1330

1340 - 1440

1450 - 1650

1660 - 1700

Punten

8

9

10

9

 

 

 

2 Type, bouw en stelling
Het type is geblokt (typegroep D). De bouw is stevig, gedrongen en massief. Breed in schouders en achterhand. De borst is diep. De nek is kort en krachtig. De ruglijn loopt vanuit de nek iets omhoog naar de achterhand. De afronding van de brede achterhand verloopt in een korte ronding. Deze afronding mag beslist geen scherpe hoek vormen. De benen zijn dik, kort en gespierd. Het ras heeft een lage stelling. Een juiste stelling toont de aanwezige rasadel.

 

3 Pels en pelsconditie
De pels is van normale lengte, dicht ingeplant, rijk aan onderhaar, zacht en glanzend. Pelsconditie: zie het algemeen gedeelte.

 

4 Kopvorm
De kop is sterk ontwikkeld, met breed voorhoofd, breed tussen de ogen, sterk ontwikkelde wangen en brede snuit. Het neusbeen is sterk gebogen. Bij de ram is een kinknobbel (knoop) toegestaan. Hieronder wordt verstaan een aanhangsel onder de kin, niet aan de keel, zo klein mogelijk en goed gevormd. 

5 Oren: structuur, dracht en lengte

De oren zijn dik, breed, stevig van structuur en aan de top lepelvormig afgerond. De oren hangen met de schaalopening naar de kopzijde gekeerd en vanuit de zijkant gezien, loodrecht naar beneden. Van voren gezien worden ze iets gebogen gedragen. Vouwen en plooien in de oren zijn foutief. De lengte van de oren, gemeten van punt tot punt, met inbegrip van de schedelbreedte, is 21 tot 26 cm. Door de ombuiging van de oren aan de basis ontstaan op de kop twee zichtbare verhogingen, kronen genoemd. Hoe zwaarder en steviger de oorstructuur, hoe beter deze kronen uitkomen.

De puntenschaal voor de oorlengte:

 

oorlengte

21

22

23-24

25

26

Punten

2

2,5

3

2,5

2

 

 

 

6. Kleur / manteltekening

De Nederlandse Hangoordwerg is erkend in de kleuren konijngrijs, ijzergrauw, blauwgrijs, blauwgrauw, zwart, bruin, blauw, fawn, chinchilla, madagascar en isabella. Verder zijn de bovenstaande kleuren erkend in bont, uitgezonderd fawn. Eveneens zijn erkend sallander, donker sepia marter, midden sepia marter, midden blauw marter, midden geel marter, midden sepia marter zilvervos, otter zwart, wit met rode oogkleur en wit met lichtblauwe oogkleur. Rustekening in de kleur zwart. De onderkaak is bij voorkeur gekleurd. Zie verder het ras: Rus.

 

Bont

Bij bont is sprake van mantel- en koptekening.

Bij de manteltekening zijn de rug en de zijden zoveel mogelijk gekleurd. In de nek is iets witte aftekening aanwezig, welke niet verder mag reiken dan de schouderbladen.

De kop is overwegend gekleurd. De snuit is geheel gekleurd. Op het voorhoofd zit een witte vlek (kol). Tussen snuit en wangen zit een witte aftekening, welke doorloopt naar de onderzijde van de kop. De borst is bij voorkeur wit gekleurd. De voorzijde van de voorbenen is eveneens wit. De achterbenen, buik en onderzijde staart zijn overwegend of geheel wit gekleurd. De bovenzijde van de staart is gekleurd.

De bonttekening dient zoveel mogelijk symmetrisch te zijn. De nagels zijn bij bont kleurloos.

 

Voor de beschrijving van de kleuren zie het algemeen gedeelte.

 

7 Lichaamsconditie en verzorging
Zie het algemene gedeelte.

 

Lichte fouten
Geringe afwijking in type, geringe afwijking in bouw. Iets diepliggende ogen. Iets broekvorming. Iets lange pels. Iets weinig onderhaar. Iets minder sterk gebogen neusbeen. Iets minder sterk ontwikkelde kop. Oren die niet loodrecht hangen of waarvan de schaalopening niet volledig naar de kop is gekeerd. Iets strakke oordracht. Geringe vouwen of plooien in de oren. Iets platte oorschelpen. Iets dun oorweefsel. Geringe kartelingen in de oorranden. Iets beschadigde oren. Iets weinig ontwikkelde kronen.

Bont: Weinig symmetrie in tekening. Iets wit op snuit. Enkele witte vlekjes, die minder dan 2 cm verwijderd zijn van de oorbasis, op de oren. Gekleurde vlek op de borst. Kop iets donker of iets licht gekleurd. Enkele afwijkend gekleurde haren in de gekleurde velden. Iets witte kleur op achterhand boven opgeslagen staart. Kleur van mantel doorlopend in nek. Tamelijk veel kleur aan buik. Gekleurde nagel(s) achterbenen.

 

Zie verder lichte fouten in het algemene gedeelte en de betreffende rassen.

 

Zwarte fouten (uitsluitingsfouten, hierdoor krijgt het dier dus het predicaat O)

Grote afwijking in type, grote afwijking in bouw. Te veel broekvorming. Te diepliggende ogen. Te lange pels. Te weinig onderhaar. Smalle kop. Kinknobbel bij de ram foutief geplaatst. Misvormde oren. Zwaar beschadigde oren. Horizontaal of bijna horizontaal dragen van de oren. Oren met de schaalopening naar voren gericht. Ontbreken van kronen.

Bont: Grote afwijking van het gewenste tekeningbeeld, bijvoorbeeld geheel of vrijwel geheel witte kop of snuit. Vlek of witte velden, die verder dan 2 cm van de oorbasis verwijderd zijn, op de oren. Te donker gekleurde kop. Te veel afwijkend gekleurde haren in gekleurde velden. Meer dan één gekleurde vlek op borst. Te veel wit in mantel. Elleboogvlek welke in frontaanzicht verder doorloopt dan de helft van de beendikte. Gekleurde nagel(s) voorbenen.

 

Zie verder zware fouten in het algemene gedeelte en de betreffende rassen.

speciaalclub

Overzicht konijnenrassen

projectCH2018