Weense middensnavelige Tuimelaar

c 06-17

A 835

Land van oorsprong: Oostenrijk, Wenen.

Algemeen voorkomen: Slank, hoge stand met opgerichte houding, lange hals en benen, hoekige kop.

Raskenmerken:

Type

Stand

Kop

 

Ogen

 

 

Oogranden

 

Snavel

 

 

Neusdoppen

Hals

Keel

Borst

Rug

Vleugels

Staart

Benen

 

Voeten

 

Bevedering

Slank, met lange hals en benen.

Hoog; opgerichte houding.

Langwerpig, smal; bovenkop vlak, aan de kanten hoekig; voorkop schuin aflopend met een stompe hoek naar de snavel.

Groot, dicht bij het schedeldak en de snavel gelegen; iris melkwit met lichtblauwe schakering; kleine pupil. Bij vetblauw (“wilde”) donker, parelogen bij wit en roodzilvers.

Breed, glad; blauw tot zwart (bij donker ooievaar, bij wit rood nagestreefd), bij alle rode en gele licht tot rood, bij roodzilvers conform de veerkleur.

Middellang, dun, horizontaal ingeplant; de snavellijn evenwijdig aan het schedeldak en het verlengde denkbeeldig juist onder het oog doorlopend. Zwart, bij roodzilvers donker, bij wit, rood en geel vlees- tot licht hoornkleurig.

Weinig ontwikkeld.

Lang, dun, loodrecht gedragen.

Goed uitgesneden.

Smal, niet naar voren tredend.

Smal, sterk afhellend.

Lang, smal, vleugelboegen wat afstaand; verdere vleugeldracht normaal.

Smal, staartdracht normaal, zonder de grond te raken.

Lang, dun, nauw en recht staand; dijbevedering gesloten, nagelkleur conform de snavelkleur.

Onbevederd, bekousd met goed ontwikkelde gierhakken (blauwe) of met korte voetbevedering en goed ontwikkelde gierhakken.

Glad en strak aanliggend.

Kleurslagen / variëteiten:

Kaalbenig:

Ø  Zwart, rood, geel;

Ø  Blauw zwartgeband en vetblauw (“wilde”);

Ø  Blauw- en vetblauw gekrast;

Ø  Donker ooievaar en licht ooievaar;

Ø  Zwart-, rood- en geel ooievaar;

Ø  Zwart-, rood-, geel- en blauw gedekt;

Ø  Zwart-, rood-, geel- en blauw kievit;

Ø  Zwart-, rood- en geel rozetgetijgerd.

Bekousd:

Ø  Licht ooievaar;
Voetbevederd:
Ø  Zwart, rood, geel;

Ø  Blauw zwartgeband;

Ø  Donker ooievaar en licht ooievaar.

Kleur en tekening:

Zie voor kleuren het hoofdstuk “Specificatie van kleuren” in de NBS-standaard. De kleuren intensief, respectievelijk zuiver.

Eénkleurig: kleuren zuiver.

Fouten: afwijkende veerkleur, lichte of grauwe buitenvanen bij de buitenste staartpennen bij zwart, rood of geel.

Blauw: halskleur met kevergroene glans; bij duivinnen is een donkerder schildkleur toegestaan.

Fouten: roestige aanslag in de hals; lichte kop, lichte rug; lichte buik, roetige kleur; te brede of onscherpe banden.

Vetblauw: donkerblauwgrijs; vanaf de onderborst via de buik, dijen en aarsbevedering iets lichter

Fouten: rode of lichte oogranden.

Donker ooievaar: kop, oren, baard (kleine slab) en hals zwartblauw; hals met sterke violet en/of groenglans, daarbij fijn wit gesprenkeld. Buik en dijen wit. Vleugelschilden blauwgrijs met fijne witte spikkeling; zwarte banden; staart donkerblauw met zwarte staartband.

Fouten: te veel wit op vleugel- en schouderbevedering; andere dan witte buik.

Licht ooievaar: grondkleur wit; aan elke vleugel tenminste 6 aaneengesloten buitenste slagpennen gekleurd; de uiteinden van de staartpennen zwartgrijs gezoomd of alle geheel wit.

Fouten: aanzet tot banden; gekleurde veren aan de kop en hals; aan elke vleugel minder dan 6 gekleurde buitenste slagpennen, witte veren in gezoomde staart, gekleurde veren in witte staart; erg onzuivere staartkleur.

Zwart-, rood-, en geel ooievaar: grondkleur wit; baard, staart, slagpennen en zo mogelijk veel mantelpennen gekleurd; gekleurde mantel- en slagpendekveren zijn toegestaan.

Fouten: gekleurde veren aan hals, buik of dijen; witte slagpennen.

Gedekt: kop, baard, staart en vleugels gekleurd, overige bevedering (hals, borst, buik en rug) wit.

Fouten: onregelmatige tekening, witte veren in de gekleurde veervelden en omgekeerd; matte kleur.

Kievit: borst, buik en dijen wit, de overige bevedering gekleurd. De kleurscheiding zo mogelijk ter hoogte van de vleugelboegen.

Fouten: ongelijkmatige tekening, gekleurde veren aan buik en dijen; volledig donkere snavel bij rood- en geel kievit.

Rozetgetijgerd: gehele bevedering gekleurd uitgezonderd enige witte veren op het voorste gedeelte van de vleugelschilden en een witte V-vormige vlek tussen de schouders; deze kan ook ontbreken.

Fouten: te weinig of vlekkige vleugeltekening.

Fouten:

Bij alle kleurslagen: grof lichaam; te lage of horizontale stand; slechte vleugeldracht; te weinig markante kop, holle kop, steil of erg vlak voorhoofd; te korte, dikke of afhangende snavel; korte of gebogen hals; keelwam; rode adertjes in de iris; afwijkende oogrand- of snavelkleur.

Kleurslaggebonden fouten: zie bij betreffende kleurslag.

Beoordeling:

ü  Algemeen voorkomen

ü  Kopvorm, snavelzetting

ü  Type en stand

ü  Hals en beenlengte

ü  Halsvorm

ü  Oogkleur

ü  Kleur en tekening

Ringmaat:  kaalbenig: 7 mm. ; bekousd en voetbevederd: 8 mm.

speciaalclub

duivenrassen

Fokkers Frisia