Norwich Kropper

c 02-17

GB 306

Land van oorsprong: Engeland

Algemeen voorkomen: Middelgrote, vrij slanke kropper, middelhoge stand, opgerichte houding, wigvormig lichaam en een grote, nagenoeg ronde, bij het lichaam passende ballon. Bij de gewenste houding valt loodlijn vanuit het midden van het oog juist voor de voortenen.

Raskenmerken:

Type

Stand

Kop

Ogen

 

Oogranden

Snavel

Hals

Ballon

 

 

 

 

Borst

Rug

Vleugels

 

Staart

Benen

 

 

Bevedering

Middelgroot, slank type.

Middelhoog; opgerichte houding.

In verhouding tot het lichaam klein en licht gewelfd.

Donker bij wit, roodwitte iris bij bruinbont en bruinzilverbont geband, oranjerood bij de overige kleurslagen.

Smal en fijn, kleur conform de kleur van de bevedering.

Middellang en vrij dun; kleur conform de kleur van de bevedering.

Lang, geheel in de ballon opgenomen.

Groot, nagenoeg rond; iets breder dan hoog; bijna rechthoekig uit de taille naar voren springend, de vleugelboegen overdekkend en aan de nek een ronde vulling gevend. De opgeblazen ballon moet soepel en goed onder controle zijn. Aan de bovenzijde van de krop is een korte, met veren bedekte kropplooi toegestaan en aan de onderzijde van de krop iets losse bevedering.

Vlak, zonder vooruitspringend borstbeen.

Middellang en afhellend.

Middellang en niet te breed, goed gesloten en hoog opgetrokken gedragen, “hol” tussen de schouders, vleugeldracht normaal, licht kruisen is toegestaan.

Vrij kort en goed gesloten; staartdracht normaal.

Tussen middellang en lang, nagenoeg recht met een klein knikje in het enkel-gewricht; t.o.v. het midden van het lichaam iets naar achteren geplaatst; de dijen goed zichtbaar; de overgang van beeninplanting naar het lichaam vloeiend.

Strak aanliggend.

Kleurslagen:

Ø  Wit;

Ø  Zwartbont, bruinbont, aszilverbont, (dominant) roodbont, (dominant) geelbont;

Ø  Blauwbont zwartgeband, roodzilverbont geband, brruinzilverbont geband, blauwzilver-bont donkergeband, geelzilverbont geband, kakizilverbont geband;

Ø  Andalusisch blauwbont, indigobont, strawberrybont.

Kleur en tekening:

Zie voor kleuren het hoofdstuk “Specificatie van kleuren” in de NBS-standaard. De kleuren intensief, respectievelijk zuiver.

Bij bont moeten wit zijn: de halve maanvormige slab op de ballon, de vleugelrozetten, de onderborst en de buik en aan elke vleugel tenminste 7 buitenste slagpennen. Staart gekleurd.

Fouten:

Te weinig actie; te klein, te grof of te breed lichaam; te vlakke stand; te wijde beenstand; te kleine ballon, afwijkende ballonvorm, “stug” blazen; te korte benen, O- of X-benen, uitgespro-ken “kikkerdijen”; ontbrekende slabtekening; ontbrekende vleugelrozetten; afwijkende kleur en/of tekening; afwijkende oogkleur.

Beoordeling:

ü  Algemeen voorkomen

ü  Type en stand

ü  Actie

ü  Ballon

ü  Benen

ü  Kleur en tekening

ü  Oogkleur

Ringmaat:     8 mm.

speciaalclub

duivenrassen

Fokkers Frisia