Krulduif

C 02-17

D 601

Land van oorsprong: Onbekend, vermoedelijk Zuidoost Europa. In de eerste helft van de 18eeeuw werden reeds Krulduiven in Duitsland en Engeland gefokt.

Algemeen voorkomen: Lijkt qua type op een forse, brede middelhoog gestelde veldduif, De bevedering is wat los. Voornaamste raskenmerk zijn de gekrulde veren op het vleugelschild.

Raskenmerken:

Type

Stand

Kop

Ogen

Oogranden

Snavel

 

 

Neusdoppen

Hals

Borst

Rug

Vleugels

 

Staart

Benen

 

Bevedering

Van een forse brede veldduif.

Middelhoog.

Middelgroot, licht gewelfd, glad; wit met of zonder kap.

Oranjekleurig tot rood, ook bij wit; donker bij schildgetekend.

Fijn; bleek tot roodachtig; grijs bij blauwschimmel, zwart bij zwart.

Middellang; zwart bij zwart en blauwschimmel, donker hoornkleurig tot zwart bij roodschimmel, licht hoornkleurig bij geelschimmel, recessief rood en recessief geel licht vleeskleurig, bij wit en schildgetekend wit.

Weinig ontwikkeld.

Vol uit de borst naar voren tredend.

Tamelijk breed, goed gewelfd.

Breed in de schouders, licht afhellend.

Met breed, afgerond vleugelschild; slagpennen gesloten, de vleugelboeg los aanliggend; los op de staart rustend.

Los, zonder gapingen, staartdracht normaal.

Middellang bekousd; bij wit-gekapt middellange, dichte zijwaarts groeiende geronde voetbevedering.

Elke veer op het vleugelschild moet een gesloten krul vormen; gekrulde bandveren verhogen de waarde van het structuurbeeld. Geringe structuur aan de zijkanten van de hals is toegestaan.

Kleurslagen:

Ongekapt:

Ø  Wit, zwart; rood (recessief), geel (recessief), blauw schimmel, roodzilver schimmel, geelzilver schimmel, blauwzilver schimmel;

Ø  Zwart-, rood- en geelschild, blauwschild zwartgeband, blauwzilverschild donker geband, roodzilverschild geband en geelzilverschild geband.

Gekapt:

Ø  Wit, zwart-, rood- en geelschild, blauwschild zwartgeband, blauwzilverschild donker-geband, roodzilverschild geband, geelzilverschild geband.

Kleur en tekening:

Zie voor kleuren het hoofdstuk “Specificatie van kleuren” in de NBS-standaard. De kleuren gelijkmatig, intensief, respectievelijk zuiver.

Bij de schimmels en zilverkleurige moeten de banden goed herkenbaar zijn.

Schildgetekende: witte grondkleur; alleen de vleugelschilden zijn gekleurd; de gekleurde duimveren en aan elke vleugel 7 – 10 witte buitenste slagpennen worden nagestreefd.

Blauw schimmel: licht- of donkerblauw, banden zwart, vleugelschild en kop licht- tot donker schimmelig; staart blauw, slagpennen en staartband donker.

Blauwzilver schimmel: licht beigegrijs, banden donker bruingrijs, vleugelschild en kop licht- tot donker schimmelig; staart licht beigegrijs, slagpennen en staartband donker.

Roodzilver schimmel: steenrood, bovenkop licht tot donker schimmelkleurig, maar zonder spikkeling; wangen licht; hals, borst en banden moeten zuiver bruinrood zijn; slagpennen en staart licht, maar de binnenvanen van de slagpennen moeten roodgekleurd zijn; vleugelschild licht- tot donker schimmelig; het (boven) staartdek mag licht rood aangelopen zijn.

Geelzilver schimmel: kleurverdeling als bij roodschimmel, de grondkleur moet warmgeel zijn.

Fouten:

Te klein lichaam; te lang, te diepe stand; slappe, rafelige, korte, te open of onregelmatige krulvorming; te lange slagpennen.

Zwart: andere dan zwarte veren, blauwzwrte kleur.

Wit: onzuivere kleur en snavel, gebrekkige kap.

Blauwschimmel, blauwzilverschimmel: onzuivere grondkleur, roest en schimmel in de slagpennen.

Roodzilverschimmel: blauwe waas gekleurde veren in de staart en slagpennen, lichte snavel.

Geelzilverschimmel: blauw waas, gekleurde veren in staart en slagpennen, donkere snavelkleur

Schildgetekend: gekleurde veren in de witte veervelden, witte veren in het vleugelschild, gebrekkige kleur en tekening; minder dan 7 of meer dan 12 witte slagpennen.

Beoordeling:

ü  Algemeen voorkomen

ü  Veerstructuur

ü  Type en stand

ü  Kleur

Ringmaat: 10 mm.

speciaalclub

duivenrassen

Fokkers Frisia