Valenciana Kropper (Ned.fokrichting)

c 02-17

NL 333

 

Land van oorsprong: Spanje, land van perfectie: Nederland.

Algemeen voorkomen: Middelgrote, korte, brede en diepe duif; aanzien van voren, van boven en van opzij driehoekig; laag en horizontaal gesteld.

Raskenmerken:

Type

Stand

Kop

 

 

Ogen

 

 

 

 

Oogranden

Snavel

 

Neusdoppen

Hals

Kropvel

 

 

 

 

Borst

Rug

Vleugels

 

Staart

Benen

Bevedering

Middelgroot, kort, breed en diep type.

Laag; horizontale houding.

Breed en goed gerond van snavelpunt tot achterhoofd. Vol en breed bij de snavelbasis; grootste breedte voor en boven de ogen, zodat deze van voren en van boven niet zichtbaar zijn (roofvogelachtige uitdrukking).

Bij wit, zwart, rood, blauw zwartgeband, blauw gekrast, roodzilver gekrast, zwart- en roodgetijgerd, blauw- en rood(zilver)schimmel, zwart sproetkop, askleurig en goudhals robijn rood tot oranjerood. Bij wit zijn donkere ogen toegestaan. Bij de overige kleurslagen oranjerood tot geel met uitzondering van de bruine, waar een witte (verkenning)cirkel is toegestaan.

Smal, kleur conform de kleur van de bevedering.

Voor een kropper naar verhouding kort, breed en naar alle zijden goed gerond, met de ronde kopvorm in ononderbroken lijn vloeiend meelopend.

Smal en glad aanliggend.

Breed en sterk, vloeiend in de rug overgaand.

Begint als wam aan de ondersnavel en vormt naar beneden afhangend een driehoek, welke over de schouder heen bloest. Het kropvel moet soepel zijn en naar binnen gekeerde kropplooi (kropnaad) tonen. De plooi begint bij de wam en eindigt op de borst. Voorts aan weerszijden van de kropnaad een zijplooi (kropstructuur).

Breed.

Zeer breed, krachtige schouders.

Kort en zeer breed, ½ tot 1 cm voor het staarteinde eindigend, vleugeldracht normaal.

Kort, staartdracht normaal.

Kort, dijen niet zichtbaar; nagelkleur conform de kleur van de bevedering.

Glad aanliggend.

Kleurslagen:

Ø  Wit, zwart, rood, bruin, dun, geel en kaki;

Ø  Blauw zwartgeband, roodzilver geband, bruinzilver geband, blauwzilver donkergeband, geelzilver geband, kakizilver geband;

Ø  Blauw-, roodzilver-, bruinzilver-, blauwzilver-, geelzilver en kakizilver gekrast;

Ø  Blauw-, roodzilver-, bruinzilver-, blauwzilver-, geelzilver en kakizilver schimmel;

Ø  Zwart-, rood-, bruin-, dun-, geel-, en kaki donker getijgerd;’

Ø  Zwart-, bruin- en dun sproetkop;

Ø  Goudhals; askleurig.

Kleur en tekening:

Zie voor kleuren het hoofdstuk “Specificatie van kleuren” in de NBS-standaard. De kleuren intensief, respectievelijk zuiver. Met uitzondering van:

·         N.b. In de aanvulling op deel 1 van het hoofdstuk Omschrijving van de kleuren bij Sierduiven van de Standaard worden goudhals (“Faded”) en askleur beschreven.

Eénkleurige met zoveel mogelijk glans. Bij gebande en gekraste is een witte rug toegestaan.

Goudhals: kop en krop gelige grondkleur met veel kleurspatten. Lichaam en vleugelschild roomkleurig, licht opvallende banden toegestaan. Slag- en staartpennen doorgeslagen.

Askleurig: blauwgrijze kleur met donkergrijze banden en staartband.

Fouten:

Smal en lang type; opgerichte stand; te weinig/onvoldoende actie; onvoldoende kropvorm en kropstructuur, neiging tot blazen; smalle en/of spitse kop, niet met de kop meelopende snavel, zwakke ondersnavel; onvoldoende rugafdekking.

Beoordeling:

ü  Algemeen voorkomen

ü  Type en stand

ü  Actie

ü  Krop en kropstructuur

ü  Kop

ü  Kleur en tekening

ü  Ogen

Ringmaat:   8 mm.

speciaalclub

duivenrassen

kropperrassen