Zuidduitse Paapduif (Blasse)

c 02-17

D 435

Land van oorsprong: Zuid-Duitsland

Algemeen voorkomen: Krachtig, veredeld veldduiventype met krap middelhoge stand en bijna horizontale houding, met schelpkap; kaalbenig of met dichte, middellange voetbevedering.

Raskenmerken:

Type

Stand

Kop

 

Ogen

Oogranden

 

Snavel

 

 

Neusdoppen

Hals

Keel

Borst

Rug

Vleugels

Staart

Benen

 

Bevedering

Krachtig, veredeld veldduiftype.

Krap middelhoog; bijna horizontale houding.

Tamelijk breed, met gewelfd voorhoofd en brede vrijstaande, hoog zittende schelpkap, begrensd door rozetten.

Donker.

Smal, rood bij de lakkleuren, licht tot rood bij de andere kleurslagen; rood wordt nagestreefd.

Middellang, licht bij rood en geel (bij duivinnen is een iets aangelopen snavel toegestaan); bovensnavel bij de andere kleurslagen licht, ondersnavel naar gelang de kleur van de bevedering licht koornkleurig tot zwart.

Weinig ontwikkeld.

Middellang.

Goed uitgesneden.

Goed ontwikkeld, naar vorengedragen.

Licht afhellend.

Krachtig, vleugeldracht normaal.

Lang, staartdracht normaal.

Kort, voeten onbevederd of met dichte, middellange, goed geronde voetbevede-ring met gierhakken.

Goed ontwikkeld, glad aanliggend.

Kleurslagen:

Ø  Zwart, rood, geel, blauw ongeband, blauwzilver ongeband, meellicht ongeband, ijskleurig ongeband.

Ø  Blauw geband, roodzilver geband, blauwzilver donkergeband, geelzilver geband, ijskleurig geband, meellicht geband;

Ø  Blauw gekrast; geleeuwerikt;

Ø  Zwart witgeband; blauw witgeband;

Ø  Zwart witgeschubd, blauw witgeschubd.

Kleur en tekening:

Zie voor kleuren het hoofdstuk “Specificatie van kleuren” in de NBS-standaard. De lakkleuren egaal, intensief, met veel glans; blauw zuiver en niet te donker; ijsblauw is een tere als het ware berijpte, ijsblauwe kleur over het hele lichaam. Geleeuwerikt en meellicht moeten vergaand overeenkomen met de kleur van de gekraste, gebande respectievelijk ongebande Coburger Leeuwerik. Blauwzilver, roodzilver en geelzilver met schone, niet gewolkte vleugelschilden. Alle banden schoon, smal, lang en gescheiden; gekrast met scherp en regelmatig vleugelpatroon. De witte kopplaat vanaf de mondhoeken door of onder de ogen langs tot aan de gekleurde kap doorlopend; een kleine gekleurde vlek naar boven tussen de mondhoeken en ogen is gewenst.

Fouten:

Klein lichaam; te hoge stand; smalle of scheve kap; ontbrekende of verkeerd geplaatste rozet-ten; veerstoppels aan de voeten bij kaalbenige; schamele voetbevedering bij voetbevederd; gebrekkige kopaftekening, donkere oogranden; aangelopen bovensnavel, lichte ondersnavel bij de donkere kleurslagen; witte veren in de kiel of voetbevedering; matte of onzuivere kleur.

Beoordeling:

ü  Algemeen voorkomen

ü  Type en stand

ü  Grootte

ü  Kleur

ü  Koptekening

ü  Kap

ü  Oog- en snavelkleur

ü  Voetbevedering

Ringmaat:  voetbevederde 10 mm. ; kaalbenige 8 mm.

speciaalclub

duivenrassen

Fokkers Frisia