Oosterse Meeuw

c 02-17

ESKT 714

   

Land van oorsprong: Klein Azië; veredeld in Engeland, daarna in de USA.

Algemeen voorkomen: Middelgrote, korte, brede, compacte duif; met puntkap en bekousd. Lage stand en opgerichte houding. Van opzij gezien moeten de ogen zich loodrecht boven de voeten bevinden.

Raskenmerken:

Type

Stand

Kop

 

 

 

 

 

 

Kap

 

Ogen

 

Oogranden

 

Snavel

 

 

 

 

Neusdoppen

 

Hals

Keel

Borst

Rug

Vleugels

Staart

Benen

Bevedering

Middelgroot, kort, breed, compact.

Laag; opgerichte houding.

Relatief groot, gerond met breed en goed gevuld voorhoofd en volle wangen. De breedte tussen de ogen moet zonder kneep tot aan de neusvleugels doorlopen. Voorhoofd en bovenkap moeten één onderbroken booglijn vormen, die met een boog in de hoog aangezette puntkap uitloopt. De kopvorm noch ovaal, zoals bij de turbit, noch kogelrond, zoals bij de Afrikaanse Meeuw, maar daar tussenin met speciale nadruk op de breedte en vulling van het voorhoofd. Daardoor ligt het hoogste punt van de kop even vóór de ogen.

Hoog aangezette puntkap, ondersteund door een goed ontwikkelde, bij voorkeur ononderbroken nekkam.

Groot en sprekend; bij witte kop donker, bij gekleurde kop oranjekleurige iris, bij bruin en kaki lichter.

Smal, glad, bij Satinetten licht, bij Blondinetten en Vizor licht tot donker, conform de kleur van de kop.

Krachtig, relatief kort, breed aangezet, goed gesloten. Onder- en bovensnavel met voldoende substantie en gelijke sterkte. Met het voorhoofd een ononder-broken booglijn vormend. Het verlengde van de snavellijn door het onderste gedeelte van het oog. Kleur conform de kleur van de kop. Bij Blondinetten en Vizor donkerder of lichter hoornkleurig, bij Satinetten vleeskleurig.

Bij voorkeur smal, breed aangezet, vlak aanliggend, de profiellijn niet onderbrekend.

Gedrongen, vol uit de schouders komend. Jabot goed ontwikkeld.

Goed ontwikkelde keelwam.

Breed, goed gerond, hoog en naar voren gedragen.

Afhellend; kort, breed tussen de schouders, goed bedekt.

Kort, vast aanliggend, vleugeldracht normaal.

Kort, gesloten, staartdracht normaal.

Maximaal middellang, dicht bevederd de voeten tot aan de nagels bedekkend.

Kort, vol, dicht aanliggend.

Kleurslagen:

Blondinette

A) met spiegelstaart:

Ø  Rood- geel-, blauw-, blauwzilver-, bruinzilver- en kakizilver witgeband;

Ø  Rood- geel-, blauw-, blauwzilver-, bruinzilver-, kakizilver- en sulfur geschubd; de laatstgenoemde met goudkraag en zwavelkleurig vleugelpatroon.

B) met gezoomde staart:

Ø  Zwart-, dun-, rood-, geel-, bruin-, kaki- en lavendel gezoomd.

Satinette en Vizor

A) met spiegelstaart:

Ø  Blauw witgeband (Bluette), blauwzilver witgeband (Silverette), bruinzilver-, kakizilver-, rood- en geel witgeband;

Ø  Rood-, geel-, blauw-, blauwzilver-, en kakizilver geschubd; bruinzilver geschubd (Brunette) en sulfur geschubd (Sulfurette). Bij sulfurgeschubd zwavelkleurig vleugelpatroon, gondkleur op schild licht sulfur.

B) met gezoomde staart:

Ø  Zwart-, dun-, rood-, geel-, bruin-, kaki- en lavendel gezoomd.

Kleur en tekening:

Zie voor kleuren het hoofdstuk “Specificatie van kleuren” in de NBS-standaard. De kleuren intensief, respectievelijk zuiver.

Blondinetten:

Eenkleurige witgeband, witgeschubd en gezoomd.

Witgeschubde met goed zichtbare pijlschubbing. Het patroon moet van sfstand duidelijk zichtbaar zijn. Nek, borst en buik zijn vaak enigszins geschubd.

Bij de witgebande en witgeschubde moeten de slagpennen en staartpennen spiegeltekening vertonen. De verder staartkleur conform de lichaamskleur.

Gezoomde met bij voorkeur heldere grondkleur en intensieve zoming. Over het hele lichaam gezoomd met gezoomde slag- en staartpennen. Elke vleugeldekveer omgeven door een zoom conform de lichaamskleur. De kop mag ook gespikkeld, heel licht gezoomd of geheel gekleurd zijn.

Satinetten:

Het hele lichaam wit met uitzondering van het vleugelschild en de staart. Het patroon op het schild eenkleurig met witte banden, witgeschubd of gezoomd; gezoomde staart bij de gezoomde kleurslagen, spiegelstaart bij alle andere. Aan elke vleugel 5 -12 aaneengesloten buitenste pennen wit. Gekleurde dijen en voeten en wit in de kiel is toegestaan.

Vizor:

Vleugelschilden en staart in dezelfde kleuren en vleugelpatroon als bij de Satinet. Het overige lichaam wit met uitzondering van de gekleurde koptekening, welke bij de onderaanzet van de wam begint en met een booglijn naar de kap toe verloopt. Tenminste 5 witte buitenste slagpennen. Gekleurde dijen en voeten en wit in de kiel zijn/is toegestaan.

Fouten:

Lang of smal lichaam; sleepvleugels; smal voorhoofd; te lange of te korte voorkop; kneep, wrat- of snaveldruk; sterk uit het profiel stekende snavel, dunne snavel; slecht gevormde kap; ontbre-kende voetbevedering; ontbrekend jabot, ontbrekende of geheel uitgelopen spiegels bij de een-kleurige en geschubde; sterk zichtbare roest in het vleugelpatroon; onscherp vleugelpatroon.

 

Opmerking: bij de beoordeling van de Vizor moet met de uiterste zeldzaamheid van dit ras rekening worden gehouden.

 

Beoordeling:

ü  Algemeen voorkomen

ü  Type en stand

ü  Kop, snavel en ogen

ü  Kleur en tekening

ü  Jabot

ü  Voetbevedering

Ringmaat:  10 mm.

speciaalclub

duivenrassen

Fokkers Frisia