Italiaanse Meeuw

c 06-17

I 706

   

Land van oorsprong: Italië

Algemeen voorkomen: Kleine duif, kort en breed met horizontaal gedragen lichaam, meer dan middellange benen, middellange hals en hoekige kop.

Raskenmerken:

Type

Stand

Kop

 

 

 

Ogen

 

Oogranden

 

Snavel

 

 

Neusdoppen

Hals

 

Borst

Rug

Vleugels

Staart

Benen

 

Bevedering

Klein, kort, breed;

Meer dan middelhoge stand; horizontale houding.

Kort, breed, hoekig; vrij breed en matig steil oplopend voorhoofd met veel vulling voor de ogen, duidelijke snavel-voorhoofdhoek, afgeplatte schedel en voldoende vulling boven de ogen; het achterhoofd kort en hoekig overgaand in de hals.

Groot, levendig, iris oranje tot rood, bij wit donker, bij bruine lichter. Bij bont in wit veerveld donker.

Matig breed, kleur conform de omliggende veerkleur, bij ijskleurige pruimenblauw tot blauwgrijs.

Bijna kort, breed aangezet, licht afhangend, met het voorhoofd een stompe hoek vormend; snavelkleur met de veerkleur overeenkomend, bij ijskleurige zwart.

Weinig ontwikkeld.

Middellang, bij de borst breed aangezet, naar de kop smaller wordend, iets naar achteren doorgedrukt en trots gedragen; iets keelwam; goed ontwikkeld jabot.

Breed, goed gerond; licht naar voren gedragen.

Breed, vlak en horizontaal.

Niet te lang, boegen weinig van het lichaam afstaand op de staart gedragen.

Kort, horizontaal en gesloten gedragen.

Rijkelijk middellang, gestrekt; dijen geheel zichtbaar. In actie staat de duif op de teenspitsen.

Glad aanliggend.

Kleurslagen:

Ø  Wit, zwart, dun, rood, geel, donker, dominant rood, dominant geel, andalusisch blauw;

Ø  Blauw zwart geband, ijskleur zwartgeband, blauwzilver donkergeband, roodzilver-, geelzilver-, bruinzilver- en meellicht geband;

Ø  Blauw ongeband, meellicht ongeband;

Ø  Blauw-, ijskleur-, blauwzilver-, bruinzilver-, roodzilver- en geelzilver gekrast; geleeuwerikt;

Ø  Blauw-, roodzilver- en geelzilver schimmel;

Ø  Zwart-, blauw ongeband-, blauw zwartgeband-, blauwzilver donkergeband-, roodzilver geband-, geelzilver geband bont;

Ø  Blauw-, blauwzilver-, roodzilver- en geelzilver gekrast bont;

Ø  Veelkleurig, kite, gouddun, rood agaat, geel agaat, De roy;

Ø  Zwart sprenkel.

Kleur en tekening:

Zie voor kleuren het hoofdstuk “Specificatie van kleuren” in de NBS-standaard. De kleuren intensief, respectievelijk zuiver en zo gelijkmatig mogelijk.

Bij blauw is een gekleurde rug gewenst.

Bij bonte wordt gestreefd naar een kleurverdeling van 1 : 1. Duiven met maar enkele witte veren, respectievelijk enkele gekleurde veren gelden niet als bont.

Fouten:

Te lang lichaam; afhellende houding. Te lage stand; geronde kop, te vlak voorhoofd; te lange of te dunne of heel korte snavel; ontbrekende hoek tussen snavel en voorhoofd; te korte hals; afwijkend jabot; ontbrekende keelwam; sterke afwijkingen in kleur en tekening.

Beoordeling:

ü  Algemeen voorkomen

ü  Type en stand

ü  Kop- en snavelvorm

ü  Jabot

ü  Oog- en snavelkleur

ü  Kleur en tekening

ü  Bevedering

Ringmaat:  7 mm.

speciaalclub

duivenrassen

Fokkers Frisia