Mookee

c 03-17

D 820

Land van oorsprong: India

Algemeen voorkomen: Middelgroot; middelhoge stand, opgerichte houding; brede vooruit-tredende borst; S-vormig gedragen hals met forse manen. Kop met puntkap.

Raskenmerken:

Type

Stand

Kop

Kopprofiel

 

Ogen

Oogranden

Snavel

 

 

Hals

 

 

Keel

Borst

Rug

Vleugels

Staart

Benen

Bevedering

Middelgrote duif met puntkap.

Middelhoog; opgerichte houding.

Langwerpig; gewelfd voorhoofd, naar de snavel toe smaller wordend.

Voorhoofd – schedel – puntkap ongeveer in S-vorm verlopend. De bij voorkeur spitse kap vormt de afsluiting van de stevige manenachtige nekbevedering.

Groot, donker.

Smal, bleek tot roodachtig.

Middellang, dun; bovensnavel licht; bij wit lichte ondersnavel, bij zwart, zilvers en blauwe wordt een aangelopen tot donkere ondersnavel nagestreefd, bij alle andere kleurslagen licht c.q. hoornkleurig tot donker aangelopen.

Goed middellang, vol uit het lichaam tredend, naar de kop toe dunner wordend; S-vormig met lichte actie. De halsbevedering een naar achteren gesloten kam vormend.

Goed uitgesneden.

Hoog, relatief breed; sterk naar voren gedragen.

Afhellend.

Breed; vleugeldracht normaal.

Middellang; staartdracht normaal.

Middellang

Goed aanliggend.

Kleurslagen:

Ø  Wit, zwart, rood, bruin, geel, zilver (Lahorezilver) en isabel (milky bruin);

Ø  Blauw zwartgeband, roodzilver-, bruinzilver- en geelzilver geband;

Ø  Blauw gekrast, roodzilver- geelzilver- en bruinzilver gekrast.

Kleur en tekening:

Zie voor kleuren het hoofdstuk “Specificatie van kleuren” in de NBS-standaard. De kleuren intensief, respectievelijk zuiver.

Blauwe met lichte rug; zilver en isabel egaal zilvergrijs respectievelijk roomkleurig, zonder banden. De kop wit; de koptekening vanaf de snavelhoek, langs de onderkant van de ogen tot in de punt van de kap; de binnenzijde van de kap gekleurd.

Aan elke vleugel 1- 3 aaneengesloten buitenste slagpennen.

Toegestaan is: 1 – 1; 1 – 2; 1 – 3; 2 – 2; 2 – 3; 2 – 4; 3 – 3; 3 – 4; 4 – 4. Overige bevedering gekleurd.

Fouten:

Smal, te lang lichaam; te horizontale stand; platte borst; dunne of rechte hals; gutskap; duide-lijke keep in de nekkam, erg losse halsbevedering; aangelopen bovensnavel; matte of ongelijk-matige kleur; bij zilver of isabel erg gewolkte kleur of aanduiding van banden; gebrekkige kopte-kening; duidelijk baardje; meer dan 4 witte slagpennen aan één of beide vleugels; witte aars of rug.

Beoordeling:

ü  Algemeen voorkomen

ü  Type en stand

ü  Halsvorm

ü  Kop en snavel

ü  Kleur en tekening

ü  Ogen en oogranden

ü  Veerstructuur

Ringmaat:

speciaalclub

duivenrassen

Fokkers Frisia