Thüringer Vleugelduif

c 02-17

D 458

Land van oorsprong: Duitsland, Thüringen.

Algemeen voorkomen: Krachtig, langgestrekt veldduiventype met middelhoge stand en bijna horizontale houding; gladkoppig of met schelpkap

Raskenmerken:

Type

Stand

Kop

Ogen

Oogranden

Snavel

 

 

Neusdoppen

Hals

Keel

Borst

Rug

Vleugels

Staart

Benen

Bevedering

Krachtig, langgestrekt veldduiftype.

Middelhoog; bijna horizontale houding.

Langwerpig, goed gerond; ongekapt of met schelpkap begrensd door rozetten.

Donker.

Smal, glad, rood

Middellang, vleeskleurig bij rood en geel;bovensnsavel zwart bij zwart en blauwe kleurslagen, hoornkleurig bij blauwzilver kleurslagen, donker hoornkleurig bij roodzilvers, licht hoornkleurig bij geelzilvers. Ondersnavel steeds vleeskleurig.

Weinig ontwikkeld, wit bepoederd.

Middellang, aan de basis krachtig, naar de kop toe dunner wordend.

Goed uitgesneden.

Breed, goed gerond.

Lang, breed in de schouders, licht afhellend.

Lang, vleugeldracht normaal.

Lang, staartdracht normaal.

Middellang, nagelkleur van geen betekenis.

Lang, goed ontwikkeld, glad aanliggend; bij zwart, rood en geel zijn vetschachten toegestaan.

Kleurslagen:

Ø  Zwart, rood, geel; blauw- en blauwzilver ongeband;

Ø  Blauw zwartgeband, roodzilver geband, blauwzilver donkergeband, geelzilver geband;

Ø  Blauw-, blauwzilver-, roodzilver- en geelzilver gekrast.

Ø  Blauw bronsgeschubd, blauwzilver sulfurgeschubd;

Ø  Zwart-, rood-, geel-, blauw- en blauwzilver witgeband;

Ø  Zwart-, rood-, geel-, blauw- en blauwzilver witgeschubd;

Ø  Zwart-, rood-, geel-, blauw- en blauwzilver licht getijgerd.

Kleur en tekening:

Zie voor kleuren het hoofdstuk “Specificatie van kleuren” in de NBS-standaard. De kleuren intensief, respectievelijk zuiver. De lakkleuren met veel glans en, behalve de witgebande en witgeschubde, met doorgekleurde ondervleugels; enkele witte veren zijn toegestaan. De kleur van de ondervleugel is bij de andere kleurslagen van geen betekenis.

Blauwe en blauwzilvers gelijkmatig en bij gesloten vleugels heel donkere slagpennen.

Bij blauw-, rood- en geelzilvers schone, niet gewolkte vleugelschilden. Bij rood- en geelzilvers bij gesloten vleugels lichte slagpennen. De banden schoon, smal, lang en gescheiden.

Gekraste en witgeschubde met schoon en regelmatig vleugelpatroon. Zwart-wit geschubd met vinktekening. Bij brons- en sulfurgeschubd het vleugelpatroon met donkere zoom.

Licht getijgerd: getijgerde vleugels; slag- en mantelpennen afwisselend wit en gekleurd (getijgerd; het trekken van veren ter verbetering van de tekening is niet toegestaan).

De snip, vleugels, inclusief de duimveren gekleurd, behalve de schouderbevedering, die een breed, goed afgerond en aan de staartzijde gesloten wit “hart” vormt, zodat de vleugels lang en smal lijken. Snip boven de neusdoppen aangezet, ongeveer tot midden boven de ogen reikend, vrij van de oogranden en snavelhoeken.

Fouten:

Kort of klein lichaam, platte kop; gebrekkige kap, ontbrekende rozetten; donker aangelopen of erg bleke oogranden; gevlekte ondersnavel, aangelopen snavel bij rode en gele, niet doorge-kleurde bovensnavel bij zwarte en blauwe kleurslagen; veerstoppels aan de voeten; erg lange, brede, scheve, te kleine of te breed aangezette snip, gekleurde baard; gekleurde hartveren, te smal of niet gesloten schouderhart; bij de lakkleuren veel wit in de ondervleugels, witte duim-veren, erg gekleurde dijen, matte of onzuivere kleur, aanzet tot derde band, aanzet tot banden bij ongebande, roest in de banden, ontbrekende bandzoom bij blauw en blauwzilver met wit vleugelpatroon; roest in de slagpennen (bij brons- en sulfurgeschubde alleen indien zichtbaar bij gesloten vleugels), schimmel in de slagpennen (bij wit vleugelpatroon alleen indien zicht-baar bij gesloten vleugels).

Beoordeling:

ü  Algemeen voorkomen

ü  Type en stand

ü  Kleur

ü  Tekening en vleugelpatroon

ü  Oog- en snavelkleur

ü  Kap

Ringmaat:  8 mm.

speciaalclub

duivenrassen

Fokkers Frisia