Thüringer Witplaat Kleurduif (Mäuser)

c 02-17

D 453

Land van oorsprong: Duitsland, Thüringen – Hessen.

Algemeen voorkomen: Krachtig veldduiventype met middelhoge stand en bijna horizontale houding met schelpkap.

Raskenmerken:

Type

Stand

Kop

Ogen

Oogranden

Snavel

 

 

Neusdoppen

Hals

Keel

Borst

Rug

Vleugels

Staart

Benen

Bevedering

Krachtig veldduiftype.

Middelhoog; bijna horizontale houding.

Langwerpig, gewelfd met brede schelpkap, begrensd door rozetten.

Donker.

Smal, licht tot rood.

Middellang, vleeskleurig bij rood en geel (bij rode duivinnen is een iets aange-lopen snavel toegestaan); bovensnavel bij de andere kleurslagen vlees-kleurig, ondersnavel naar gelang de kleur van de bevedering hoornkleurig tot zwart.

Weinig ontwikkeld.

Middellang, aan de basis krachtig, naar de kop toe dunner wordend.

Goed uitgesneden.

Breed, goed gerond.

Lang, breed in de schouders, licht afhellend.

Lang, breed; vleugeldracht normaal.

Lang, staartdracht normaal.

Middellang, nagelkleur zwart.

Goed ontwikkeld, glad aanliggend.

Kleurslagen:

Ø  Zwart, rood, geel; blauw ongeband, blauwzilver ongeband;

Ø  Blauw zwartgeband, roodzilver geband, blauwzilver donkergeband, geelzilver geband;

Ø  Blauw-, blauwzilver-, roodzilver- en geelzilver gekrast;

Ø  Meellicht ongeband, meellicht geband, geleeuwerikt;

Ø  Blauw witgeband, blauwzilver witgeband;

Ø  Blauw bronsgeschubd, blauwzilver sulfurgeschubd;

Ø  Zwart gespreeuwd.

Kleur en tekening:

Zie voor kleuren het hoofdstuk “Specificatie van kleuren” in de NBS-standaard. De lakkleuren zuiver met veel glans; blauwe licht, zwart gespreeuwd met een witte of gemêleerde halve maan-vormige vlek op de voorhals en witte banden. Blauwe, blauwzilver, roodzilver en geelzilver met schone, niet gewolkte vleugelschilden. Alle banden schoon, smal, lang en gescheiden. Gekrast met scherp en regelmatig vleugelpatroon, meellicht ongeband, meellicht geband een geleeu-werikt met okerkleurige borst. Bronsgeschubd en sulfurgeschubd met donkere zoom om het vleugelpatroon. Aan beide zijden kunnen twee buitenste staartpennen gekleurd zijn, toege-staan is 1-1, 2-2, 2-1 en geheel witte staart.

De kopplaat wit, vanaf de snavelhoeken door of onder de ogen langs tot aan de gekleurde kap doorlopend; staart met boven en onderstaartdek (kiel) wit, uitgezonderd de toegestane gekleurde buitenste pennen; iets wit bij de aars is toegestaan.

Fouten:

Klein lichaam; smalle of scheve kap, ontbrekende rozetten; bij rood en geel aangelopen snavel, bij zwart niet doorgekleurde ondersnavel, aangelopen bovensnavel; veerstoppels aan de voe-ten; gebrekkige kopaftekening; ander dan toegestaan aantal gekleurde staartpennen, gekleurde kielveren; veel wit op de rug en/of aan de buik; matte of onzuivere kleur; aanzet tot derde band, aanzet tot banden bij ongeband.

Beoordeling:

ü  Algemeen voorkomen

ü  Type en stand

ü  Kleur

ü  Tekening

ü  Kap

ü  Oog- en snavelkleur

Ringmaat:  8 mm.

speciaalclub

duivenrassen

Fokkers Frisia